Tandwiel verhoudingen - Welkom op de website van Fietscross vereniging FCV Geldermalsen

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Informatie > Algemene informatie > Wedstrijdinformatie NFF > Wedstrijdinformatie KNWU

Tandwielverhoudingen


Ben je jonger dan 12 jaar? Lees dit stuk over overbrenging samen met iemand die wat ouder is.
Op een fiets zitten twee tandwielen : Een kleine op het achterwiel (achtertandwiel) en een grote waar de trappers aan vast zitten (voorblad). Die tandwielen zijn nooit gelijk. Samen met de ketting vormen voorblad en achtertandwiel de overbrenging. Nu weet iedereen dat de ene fiets zwaarder trapt dan de andere.
Hoe komt dat? br> Dat heeft te maken met het aantal tandjes op het voorblad en het aantal tandjes op het achtertandwiel.
Als voorbeeld nemen we een voorblad met 45 tandjes en een achtertandwiel met 15 tandjes.
Hoe vaak is het achtertandwiel rond geweest als we het voorblad eenmaal rond zijn? Juist, 3 maal. Dat getal ontstaat door 45 te delen door 15 en staat bekend als de overbrengingsverhouding. Het getal 3 noemen we het overbrengingsgetal. Iedere overbrengingsverhouding heeft zijn eigen overbrengingsgetal. Je kunt het dus gemakkelijk vinden door het aantal tandjes van het voorblad te delen door het aantal tandjes van het achtertandwiel.

Even kijken of je het lijstje snapt. Neem een fiets met 45 tandjes op het voorblad en 18 tandjes op het achtertandwiel. Wat is nu het overbrengingsgetal?
2,5. Dat heb je prima gevonden. Als je dus 45/18 rijdt gaat je achterwiel 2,5 keer rond als je voorblad een keer rond is geweest. Nu doen we een wedstrijdje. Je stapt op je fiets met 45/15 (overbrengingsgetal 3) en ik rij 45/18 (overbrengingsgetal 2,5). We trappen allebei een keer het voorblad rond. Wat gebeurt er? Jouw achterwiel is 3 maal rond gegaan en de mijne maar 2,5 keer. Jij bent dus verder gekomen dan ik.
En nu denk jij natuurlijk: dat is handig! Dus wie de slimste overbrengingsverhouding kiest wordt meteen wereldkampioen! Jammer, die truc gaat niet op, want hoe hoger het overbrengingsgetal is hoe zwaarder de fiets trapt. Jij hebt daarnet ons wedstrijdje wel gewonnen maar je hebt harder moeten trappen dan ik.

Zo moet je het onthouden:
Een hoog overbrengingsgetal is veel meters maar zwaar trappen.

Welke tandwielen zijn nu het beste voor jouw fiets? Dat zul je zelf moeten uitzoeken. Het beste doe je dat op de volgende manier:
Je rijdt op een crossbaan de startheuvel af en rijdt ongeveer 35 meter keihard door. Als je na die 35 meter het gevoel hebt dat je trappers sneller rond gaan dan je voeten kunnen bijhouden is de overbrenging te licht. Het overbrengingsgetal is dan te laag. Als je voeten de trappers nog net bijhouden heb je de goede tandwielen gevonden. Zeker als je jong bent is het onverstandig met een te zware overbrengingsverhouding te rijden.
Er wordt niet altijd met dezelfde overbrengingsverhouding door ervaren crossers gereden maar dat is een kwestie van voorkeur. Kom je er niet uit vraag eens advies aan een van de trainers.

De kracht die nodig is om een fiets vooruit te krijgen is van een aantal zaken afhankelijk :  1) de diameter van de wielen  grotere wielen leggen per omwenteling meer afstand af en kosten dus meer kracht  2) de tandwiel verhouding  bepaalt het aantal omwentelingen van het wiel per pedaalomwenteling  3) de lengte van de cranks (de armen van de trappers)  langere cranks trappen lichter, maar je hebt wel langere benen nodig  4) de dikte van de banden  dunne banden hebben minder rolweerstand (rollen lichter) maar wanneer de rijder zwaarder wordt zakt hij verder in de baan (of door zijn fiets) waardoor hij weer zwaarder rolt 

Crossers die gewend zijn op dunne banden te rijden blijven dit meestal doen tot ze sterk genoeg zijn om met dikke banden de zelfde snelheid te ontwikkelen. Wanneer je te vroeg naar dikke banden overstapt verlies je te veel snelheid.
Met behulp van de onderstaande tabellen kan opgezocht worden wat bij het overstappen van dunne naar dikke banden de juiste tandwiel combinatie is om de afgelegde afstand per omwenteling gelijk te houden.

PAS OP : Zorg dat je niet te zwaar trapt want dat kost je knieƫn!

Bij een lichter verzet kan je sneller starten maar dat voordeel raak je daarna weer kwijt.
Bij een zwaarder verzet start je traag maar kan je harder rijden.
Het kost allebei te veel energie.

Wanneer je het idee hebt dat je je benen voorbij trapt kan het tijd zijn voor een zwaardere combinatie, maar maak daarmee kleine stappen. Vraag het bij twijfel aan je trainer.

Je kan in de tabel opzoeken wat de dichtstbijzijnde lichtere of zwaardere combinatie is wanneer je te licht of te zwaar trapt.

De tabellen hieronder geven globaal de afgelegde afstand (in cm) per pedaal omwenteling voor dikke en dunne banden. De berekeningen kunnen een afwijking geven omdat de diameter van de banden ook afhankelijk is van het profiel.

De lengte van de cranks speelt ook een rol. Veel gebruikte lengtes zijn 165mm op een Mini frame, 170mm op een Expert frame, 175-180mm op een Pro of XL frame.

  Voortandwiel (Wieldiameter 49 cm = 20" x 1 3/4 Dikke band)
Achtertandwiel 39 40 41 42 43 44 45 46
14 429 440 451 462 473 484 495 506
15 400 411 421 431 441 452 462 472
16 375 385 394 404 414 423 433 443
17 353 362 371 380 389 398 407 417
18 334 342 351 359 368 376 385 393

 

  Voortandwiel (Wieldiameter 52 cm = 20" x 1 3/8 Dunne band)
Achtertandwiel 39 40 41 42 43 44 45 46
14 455 467 478 490 502 513 525 537
15 425 436 447 457 468 479 490 501
16 398 408 419 429 439 449 459 470
17 375 384 394 404 413 423 432 442
18 354 363 372 381 390 399 408 417

Je kunt het ook zelf uitrekenen voor een andere wieldiameter :
Meet de buitendiameter van de band. Vermenigvuldig dit met 3,14. Het resultaat is de omtrek van de band. Vermenigvuldig dit met het aantal tanden op je voortandwiel en deel dit door het aantal tanden op je achtertandwiel. Het resultaat is de afgelegde afstand per pedaalomwenteling.

 

Bron het grote fietscrossboek van Karel van de Graaf

Copyright FCV Geldermalsen 1999 - 2018 - Desing by A. de Bie
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu